Bram Tankink, the official website


camping/begin

04 Augustus 2009

De camping

 

Kamperen is leuk. Zolang het maar niet regent. Dat weet ik nog van mijn moeder, want die zat altijd met de zooi. Vanochtend zag ik in de krant dat het vandaag wel eens flink kon gaan regenen. En dan gaan alarmbellen rinkelen als, scheerlijnen spannen en gootjes graven. Dus ik terwijl de zon in volle glorie scheen de buurman om een schep vragen. Die overigens de enige op deze camping is die mij niet schijnt te herkennen. Ik had nog een camping in de Alpen uitgezocht waar in een straal van 200km geen tour langs kwam om hordes wielertouristen te mijden. Beland ik alsnog op een camping met schijnbaar alleen maar wielertoeristen. Behalve dus mijn buurman die toen hij mijn fiets zag zei. Zo jongen, fietsen hier? Lekker sportief hoor. Diezelfde vriendelijke man keek mij bij het vragen om een schep erg verbaasd aan. Pikhouweel misschien? Ook niet. Wat ik daar in godsnaam mee moest. Geultjes graven dus, rond de tent. Nico had me ook nog op het hart gedrukt dat als ik echt zonodig wou gaan camperen ik wel geultjes moest graven om mijn tent.

 

Daar stond ik dan met mijn parasolstok als een heuze die hard campeerder de grond los te woelen in de brandende zon. Vera moest daar uiteraard als anti hydroloog ontzettend om lachen, waarop ik alleen maar kon hopen dat het nog flink zou gaan regenen. Na mijn trainingsritje, belandde ik in het zwembad waar ik natuurlijk met mijn denkbeeldige wielerpakje, de welbekende lijntjes op armen en benen, veel bekijks trok. Vooral van een familie. Uiteindelijk hadden een de moed verzamelt en kwam op mij af. ‘Jij lijkt heel veel op... ben jij misschien de broer van Laurens Ten Dam?’ Vera weer lachen natuurlijk. ‘Roem is vergankelijk Bram. Een jaar geen tour en je wordt niet meer herkend.’ Dat werd ruimschoots goedgemaakt toen ik me begaf in de zaal waar naar de tour werd gekeken. En daar zag ik ze ploeteren door de regen. Verschrikkelijk, met de regenjasjes aan tot aan de finish. Dan moet het wel erg koud zijn. Ik kreeg dan ook reacties als. ‘Huh, beter hier als daar Bram.’ ‘Wacht maar, dacht ik.’ Niet veel later werd mijn hoop waarheid. Met bakken uit de lucht. En dat geultje van mij. Fantastisch, het werkt. Nu nog hopen dat de tent uit de opruiming langer dan 2 uur waterdicht blijft. Dan vind ik camperen nog steeds erg leuk.  

 

Begin

Het is 17.30. Vanuit mijn shirt hoor ik dat ik 2 smsjes ontvang. Yes eindelijk, bereik. Het eerste berichtje is van Vera. ‘Alles ok? Waar ben je, moet ik je komen halen?’ Het tweede berichtje is van mijn broer. ‘Wordt dat oorlog bij Astana? Rare actie van Armstrong om Contador te gaan halen.’ Op de eerste moet ik toch maar eens snel reageren, want wie weet hoe lang geleden die al verstuurd is. Op de tweede kan ik niet reageren. Ik zou het niet weten. Niks gezien en eigenlijk interesseert het me op dat moment ook niet. Vanochtend heb ik me een wandelkaart gekocht en heb ik me een tocht uitgestippelt via allerlei wandel routes. Rugzakje ingepakt met wat proviant en fietsen maar.

 

Al snel blijkt natuurlijk dat wandelroutes geen mountainbike routes zijn, maar zoals het Tankink betaamt is een mountainbike route voor moutainbikes dus te weinig avontuurlijk. Mijn route loopt over een piek van 2700m en die moet bereikt worden. Mijn horloge geeft 2300m aan als ik definitief van mijn fiets af moet. Omdraaien dan maar? Mooi niet. In de tour stap je ook niet af als het niet hoeft. Nee, ik zal die top bereiken. Ik ben in 5 uur nog maar 2 mensen tegen gekomen. Een ouder koppel die zeker niemand hadden verwacht, aangezien de vrouw van rond de 60 volledig ontkleed in het gras lag. En bij het zien van een mountainbiker valt haar vent bijna om. Waarschijnlijk ben ik de eerste die met een fiets op de nek daar omhoog loopt. Er vliegen 2 zweefvliegtuigen boven me, en ik als ik door hun raampje kon kijken had zeker gezien dat ze met een wijsvinger op hun voorhoofd wezen.

 

Na een drie kwartier ploeteren, zweten en sleuren aan mijn fiets bereik ik de top. Aan de andere kant ligt een prachtig mooi dal. In het hele dal geen mens huis of weg te bekennen. Het uitzicht is daarom ook adem benemend. Het enige wat er rondloopt zijn Marmotten. Wat nou Tour, hier is het me allemaal om begonnen. Op de fiets dingen ontdekken, op plekken komen waar je anders nooit komt. Daarom ben ik met fietsen begonnen en nu maak ik me druk of ik de Tour wel of niet fiets. Vandaag voel ik me zoals ik begon en heb mijn doel gehaald. Fantastisch en de enige vraag die ik me stel is of Kenny de finish heeft gehaald. Ik juich voor hem, ik zal het wel horen op de camping of hij het gehaald heeft.