Bram Tankink, the official website


Joost

08 April 2006 Tot de voorlaatste dag van Baskenland zat de stemming er goed in, eindelijk liep eens alles zoals ik het graag wilde. Totdat ik echter telefoon kreeg van mijn broer. ‘Joost is dood, zelfmoord!’ Veel kunnen we niet uitbrengen, maar dat is ook niet nodig. Verschrikkelijk! Zodra ik de telefoon opleg, vraagt mijn Italiaanse ploegleider me direct wat er aan de hand is, want hij ziet dat ik op knappen sta. Weer is de dood de spelbreker van het feest.

Als ik terug denk aan mijn jeugd, dan komt Joost overal terug. Hij was degene die met ‘het krotje’ elke middag bij ons kwam. Dan maakten we parcoursen en moesten we proberen die zo snel mogelijk af te leggen met dat fietsje. Hij won altijd, maar ik gaf me nooit gewonnen. 13 jaar was ik toen ik voor het eerst met hem naar familie fietste in het midden van het land. Een jaar later maakten we op onze eerste mountainbike een hele rondtocht door Nederland. We hadden grote plannen en zo fietsten we weer een jaar later met mijn broer vanuit Zuid Frankrijk in 14 dagen naar huis. Dat was de eerste keer dat we in de krant stonden. We wilden de wereld ontdekken en dat was altijd de inslag van het fietsen. Zo reden we in weekends ’s ochtends vroeg weg en fietsten we zo ver mogelijk Duitsland in om ’s avonds laat terug te keren. We voelden ons ontdekkingreizigers en elke keer kwamen we terug met een verhaal die nu een mooie herinniring vormt. Het ging verder en samen fietsten we onze eerste mountainbike wedstrijd in Lemelerveld. Twee rondjes voor het eind vielen we allebei dood van onze fiets en lagen we in het bos. Ik dacht even dat mountainbiken te zwaar was, maar Joost had direct al weer plannen om beter te worden. En zo vormde zich de start van onze fietscarriere. Joost ging zich langzaam op andere dingen richten en toen hij klaar was met het VWO en ik verder kwam binnen het moutainbiken scheidden onze wegen. Joost kreeg vooral persoonlijk, maar ook door ziekte, een heel moeilijke tijd, achteraf te moeilijk.

Woensdag is hij begraven en ik was er niet bij. Het was een bewuste keuze. Ik weiger me langer te laten vangen door de dood die altijd weer terug keert en het feestje bederft. Toch raakt het me meer als anders. Hoe kan het dat 2 levens die in het begin zoveel op elkaar leken totaal uit elkaar buigen en waarvan er 1 door bliksem getroffen wordt en daardoor afbreekt. Ik heb altijd geleerd dat de basis het belangrijkst is, en die was toch grotendeels hetzelfde. Ergens voel ik me schuldig, maar ik weet me er geen raad mee. Zondag ga ik met gemengde gevoelens van start, de mensen zullen weer voor me aplausdiseren en zullen me complimenteren zodra ik me in de koers laat zien. Ik mag handtekeningen uitdelen en met heel veel mensen op de foto. Duizenden mensen zullen de wedstrijd zien. Het toonbeeld van goed en gezond leven. Velen zouden daar in onze plaats willen fietsen. Het is het leven ten top, datgene wat we beiden in ons jonge leven zagen zitten en wilden nastreven. Mij rest slechts een vraag, waarom hij, waarom ik?

Het verhaal van mensen die langzaam afzakken naar de afgrond en daar het noodlot vinden heeft me altijd gefascineerd, maar ik ben er nu in een keer van genezen. Geef mij maar een verhaal van een jongen die zondag uit een underdog posistie de Amstel Gold Race wint, en daarbij een mooi verhaal heeft. Het enige wat ik nog voor hem kan doen is deze wedstrijd voor hem winnen. Het klinkt mooi, maar dat schijnt mij zo verschrikkelijk doelloos, het is al te laat.

Lees ook de Column: Amstel Gold Race